In de acute GGZ hoeft een psychologische interventie niet altijd groot of langdurig te zijn. Juist kleine, zorgvuldig gekozen interventies kunnen helpen om veiligheid, contact, regie en betekenis terug te brengen.
Deze pagina is bedoeld als praktijkgerichte kennisdeling voor professionals. Het is geen protocol en geen vervanging van lokale richtlijnen, behandelbeleid of klinische besluitvorming. Stem interventies altijd af op veiligheid, context, deskundigheid, setting en samenwerking met het behandelteam.
Werkkaart crisisdienst
Bekijk ook de werkkaart Psychologische bijdragen in de crisisdienst.
Contact als interventie
In de acute GGZ is aandacht voor de therapeutische relatie vaak al onderdeel van de behandeling zelf.
In de acute GGZ is aandacht voor de therapeutische relatie niet iets wat pas belangrijk wordt als de behandeling begint. Het is vaak al onderdeel van de behandeling zelf. Iemand die zichzelf niet meer goed kan reguleren, heeft meestal eerst nodig dat hij of zij zich serieus genomen, gezien en gehoord voelt.
Iemand die zich vooral onderzocht voelt, is geneigd zich af te sluiten. Iemand die zich ontmoet voelt, kan soms weer iets openen.
In de praktijk kunnen een paar eenvoudige interventies veel verschil maken:
- Neem de tijd om aan te sluiten bij hoe iemand zichzelf en de wereld beleeft, ook wanneer jij het anders ziet.
- Benoem wat je doet en waarom. Dat geeft voorspelbaarheid.
- Ga niet meteen de strijd aan over de inhoud van een overtuiging. Zoek eerst contact en erkenning.
- Onderzoek de emotie en betekenis onder de overtuiging, klacht of reactie.
- Geef regie terug waar mogelijk, hoe klein ook: welke stoel iemand kiest, of de deur openblijft, een glas water, wie erbij zit of de volgorde van het gesprek.
Dat zijn geen extraatjes. Vaak zijn dit precies de dingen waardoor behandeling überhaupt mogelijk wordt.
Crisissignaleringsplan opstellen
Samen onderzoeken wat oplopende spanning betekent en wat op dat moment helpt.
Een crisissignaleringsplan helpt om oplopende spanning en ontregeling eerder te herkennen. Niet alleen door signalen te noteren, maar vooral door samen te onderzoeken wat die signalen betekenen en wat op dat moment helpt.
Het Klinisch Signaleringsplan (KSP) is ontwikkeld om spanning en oplopende ontregeling bij opgenomen patiënten vroegtijdig te herkennen en persoonsgericht te de-escaleren. Met de Toolbox KSP7s-methodiek kun je met behulp van themakaarten laagdrempelig samen een plan opstellen. Vaak komt er daardoor ook een gesprek op gang dat anders niet vanzelf ontstaat.
Crisissignaleringsplan
Gebruik de online tool om signalen, spanning en helpende stappen overzichtelijk te maken.
Een safebox maken: eerste hulp bij emoties
Een fysieke doos met hulpmiddelen voor momenten van spanning, wanhoop of ontregeling.
Een safebox, of eerste-hulp-bij-emoties-doos, is een fysieke doos met hulpmiddelen die iemand kunnen ondersteunen op momenten van spanning, wanhoop of ontregeling.
Maak de doos samen met de patiënt tijdens een relatief rustig moment. Vraag wat iemand in betere tijden troost, kalmeert of motiveert om door te gaan. Denk bijvoorbeeld aan:
- een foto van iemand of iets wat dierbaar is;
- een brief aan zichzelf, geschreven op een moment dat het beter ging;
- een kaartje met een zin die houvast geeft;
- een playlist met muziek die kalmeert of kracht geeft;
- een geur, steen, elastiekje of ander voorwerp als anker;
- het signaleringsplan, uitgeprint of op de telefoon;
- contactgegevens van mensen die steun bieden.
De waarde zit niet alleen in de doos zelf, maar ook in het gesprek eromheen: wat helpt jou om de eerste minuten door te komen zonder jezelf te beschadigen, te verdwijnen of verder te escaleren?
Eerste Hulp Bij Emoties
Bekijk de tool Eerste Hulp Bij Emoties.
Emotieregulatie en VERS
Losse onderdelen uit VERS kunnen in acute settings al veel opleveren.
Je kunt patiënten een volledige VERS-training aanbieden of losse onderdelen daaruit gebruiken. In de praktijk kan het al veel opleveren om bijvoorbeeld het pannetjesmodel uit te leggen. Mensen begrijpen hun reacties beter en kunnen gemakkelijker aangeven hoeveel spanning zij ervaren door te benoemen in welk "pannetje" zij zitten.
Losse onderdelen die in acute settings bruikbaar kunnen zijn:
- Psycho-educatie over emoties: emoties leren benoemen, voelen en onderscheiden. Gebruik bijvoorbeeld een emotiekaart of emotiewiel.
- Lichaamsgerichte verkenning: waar voelt iemand spanning, angst, boosheid of schaamte in het lichaam?
- Triggersignalering: samen in kaart brengen wanneer emoties snel oplopen. Wat waren de situatie, gedachten en lichamelijke signalen?
- Mini-exposure: in kleine stappen contact maken met moeilijke emoties zonder erin overspoeld te raken.
Emoties begrijpen
Lees meer op de pagina over emoties.
EMDR en trauma
Soms is traumabehandeling in de acute fase nog niet passend. Toch kan een psychologische traumabril veel toevoegen.
Een groot deel van de mensen die in de acute GGZ terechtkomt, heeft een traumatisch verleden of heeft recent een schokkende gebeurtenis meegemaakt. Soms is traumabehandeling in de acute fase nog niet passend. Toch kan een psychologische traumabril veel toevoegen.
Afhankelijk van stabiliteit, setting en deskundigheid zijn er verschillende mogelijkheden:
- psycho-educatie geven over trauma, herbelevingen, triggers en vermijding;
- iemand laten kennismaken met een EMDR-balk of uitleg geven over wat EMDR wel en niet is;
- bij langere opname onderzoeken of een intensiever traject mogelijk is, eventueel met vaktherapie, beweging of sport;
- bij recente traumatische gebeurtenissen denken aan een kortdurende interventie zoals het Recent Traumatic Episode Protocol (R-TEP), wanneer dit past bij de situatie en deskundigheid.
R-TEP is geen volledige behandeling van eerdere onverwerkte trauma's, maar een gerichte interventie rond recente traumatische ervaringen. Het doel is om de recente gebeurtenis beter te helpen verwerken en verdere traumatisering mogelijk te beperken.
Trauma en traumatherapie
Lees meer op de pagina over trauma en traumatherapie.
Praten over psychose
Beginnen met luisteren naar wat iemand heeft meegemaakt.
Naast CGT voor psychose (CGT-p) kun je in eerste instantie ook beginnen met praten over de ervaringen zelf. Niet alleen door uit te vragen of iemand stemmen hoort, achterdochtig is of wanen heeft, maar door echt te luisteren naar wat iemand heeft meegemaakt.
Wanneer mensen zich veilig genoeg voelen en serieus genomen worden, komt vaak pas naar boven wat er onder de psychose ligt: angst, verlies, trauma, overbelasting, middelengebruik, eenzaamheid, schaamte of een levensverhaal dat ergens is vastgelopen.
Iemand zijn of haar verhaal laten vertellen helpt om de ervaring meer te organiseren. Voor de patiënt zelf, maar ook voor jou als behandelaar. Soms begrijp je pas tijdens het gesprek waarom iemand iets dacht, deed of zei. Wat eerst vreemd of psychotisch klonk, krijgt dan opeens context.
Een aanrader om te lezen is het boek van mijn oud-collega Jules Tielens: In gesprek met psychose (Boom, 2012).
Gesprekken over psychose
Lees verder op de pagina Gesprekken over psychose.
Vervolg
Vervolg los lezen
Het tweede deel over DGT-vaardigheden, dissociatie, heteroanamnese, psycho-educatie, schuld, schaamte en het levensverhaal staat tijdelijk als aparte pagina online. Handig om direct te delen, bijvoorbeeld via LinkedIn.
In ontwikkeling
Deze pagina wordt verder uitgebreid.
Deze pagina wordt verder uitgebreid met onder andere diagnostiek, kortdurende CGT, systeeminterventies, herstelgerichte observatie, samenwerking met naasten en behandelklimaat.